Una storia del nostra amica Annemart Pilon
Het is negen uur ‘s ochtends en al dertig graden. Als een bestikkend gordijn valt de hitte over de stad. Ik heb de kinderen naar school gebracht en op de terugweg komt al het afval me tegemoet. Ik struikel bijna over de vuilniszakken die her en daar verspreid liggen en het zal niet lang duren voordat de ratten erop af komen. Che vergogna!, wat een schande! Dat verzucht niet alleen ik, maar ook de bewoners. Het vuilnis ligt de hele dag in de blakende zon en elke dag komt er meer bij. Net wanneer je eraan gewend raakt, wordt het erger. En dat geldt niet alleen voor de spazzatura, vuilnis. Alles wordt heftiger. Mijn liefde voor Luca wordt dieper, mijn vermoeidheid neemt toe, maar ook mijn bewondering voor de stad. Jammer genoeg krijg ik weinig tijd om ervan te genieten. Ik werk ruim zestig uur per week met twee kleine kinderen en na een lange werkdag hoor ik ze 's avonds laat nog huilen of de ouders ruziën. Ik ben au pair.Vaak beleef ik mooie momenten met de kinderen, maar vaker nog wil ik wegvluchten. Ik voel me opgesloten en heb nooit een dag vrij. Toch is het ook allemaal zo mooi en ik kan weinig redenen bedenken waarom. De kinderen zijn verwend en moeilijk, maar ook zo ontzettend vrolijk en lief. Ze geven me al hun liefde in de meest pure vorm. Ze zijn om op te eten. Maar verder?
Misschien is het de stad. De zon, de zee, de vulkaan en de prachtige eilanden. De stad maakt alles goed. Doet soms ook alles fout. En het blijft maar doorgaan. Napels is nooit rustig. Dat is geweldig, maar niet altijd. Ik baan me een weg door de wirwar van mensen en doe net als de Napolitaanse vrouwen; zonder mooie leren schoenen en zonnebril ben ik nergens. Flirten gebeurt nauwelijks, dat heeft iedereen hier wel afgeleerd. Aandacht van mannen is er teveel, de ‘sssss' en ‘ciao bellissima' zijn niet meer te tellen. Ik kijk er niet meer van op wanneer ik muziek probeer te luisteren en zelfs met mijn mp3speler op het hoogste volume de muziek niet goed kan horen. Ook als er niet zoveel verkeer is, hoor je een sterke ruis. Misschien is het een mengeling van duizenden ‘pronto's?', schreeuwende marktverkopers en Napolitaanse liederen.

Bambini
Het is een heftig jaar geweest waarvan het einde steeds dichterbij komt. De gedachte mijn familie en vrienden weer te zien doet me goed. En eindelijk vrijheid! Maar er staat zoveel tegenover. Vroeg of laat komt aan alles een einde. Nooit meer gekleineerd en toegeschreeuwd worden door de familie waar ik werk. Nooit meer een strijd aan hoeven te gaan met Jacopo die nooit zal leren luisteren en van zijn mamma altijd alles krijgt wat hij wil - mits hij hard genoeg huilt. Maar ook nooit meer een stralende Eleonora in mijn armen kunnen nemen die met haar beentjes trappelt van geluk. Nooit meer ‘tieni cara' de perfecte caffè macchiato toegeschoven krijgen, nooit meer het Napolitaanse volk bekijken dat heiligt geloof in Maradona, Madonna, la mamma en de lotto. Napels varieert van de diepe strelende zon tot de straffe wind die me onverwachts om doet waaien.
Er is geloof ik geen emotie die ik niet voluit heb beleefd de laatste tijd. Ik zoek een patroon in deze chaos van beelden, geluiden, geuren en aanrakingen, maar kan het niet vinden. Net als de stad zelf loopt alles anders dan verwacht. Toch zijn er twee dingen die telkens terugkomen. De onverwachtse en verbijsterende schoonheid van de stad en die ene man daar in het raam, met een sigaret en een glas wijn, die uitkijkt over de stad, nadenkt en de Vesuvius zoekt. Ja, ik ben die vrouw daar met haar hand op zijn been, ogen bijna dicht en lippen in zijn hals.

Attendeer anderen gerust met een link op deze pagina, maar onthoud dat kopiëren van de inhoud niet is toegestaan!