Procedure na het overlijden van de paus
Na het overlijden van de paus worden vele nauwgezette procedures in werking gesteld. Deze zijn in 1996 door paus Johannes Paules II officieel vastgelegd in de constitutie Universi Dominici Gregis. Ten eerste wordt de camerlengo, de pauselijke kamerheer, ingelicht. Hij is tevens schatbewaarder van de katholieke kerk, de administrateur van de eigendommen van de Heilige Stoel en het hoofd van de Apostolische Kamer. Hierna wordt door een priester een gebed uitgesproken en wordt het hoofd van de paus bedekt met een witte doek. Ook worden er vier kaarsen aangestoken aan het einde van zijn bed en zal er in de aangrenzende kapel een heilige mis voor de overledene worden opgedragen.
De camerlengo voert ook de ceremoniële doodsverklaring uit. Hij roept drie maal de doopnaam van de paus om zich ervan te vergewissen dat hij niet slaapt. Dan pakt hij een spiegeltje en houdt dit onder de mond en neus van de paus om eventuele ademhaling te constateren. Met een zilveren hamertje klopt hij vervolgens op het voorhoofd van de paus, dit alles om zeker te weten dat hij dood is. Hierna legt de persoonlijke arts de officiële doodsverklaring af. Vervolgens verwijdert de camerlengo de ring van de vinger van de paus. De ring wordt vernietigd om te voorkomen dat een ander het pauselijke ambt en dus de macht overneemt. De vernietiging van de ring maakt tevens een einde aan het pausschap. De camerlengo roept "Papa vere mortuus est", waarmee hij verklaart dat de paus werkelijk dood is. De kardinaaldecaan maakt vervolgens het overlijden van de paus bekend naar de buitenwereld. Ook zal hij een rouwperiode afkondigen van 9 dagen.
Het stoffelijk overschot van de paus wordt 24 uur na het overlijden gebalsemd. Hierna zal de kerkvorst in pauselijk ornaat worden opgebaard in de Sixtijnse kapel onder 'Het laatste oordeel' van Michelangelo. Hierna zullen de voorbereidingen worden getroffen voor de organisatie van de begrafenis. Er wordt bepaald wanneer het lichaam wordt overgebracht naar de Sint Pietersbasiliek, wat de rouwplechtigheden zijn, maar ook wordt de Sixtijnse kapel in orde gebracht ten behoeve van de verkiezing van een nieuwe paus en nog veel meer. De begrafenis vindt tussen de 4de en de 6de dag na het overlijden van de paus plaats in de pauselijke graftombes onder de Sint Pietersbasiliek.